Hoogbegaafdheid
Veel mensen denken dat hoogbegaafden er vanzelf
wel komen. Een
luxeprobleem is het, om zo gemakkelijk te kunnen leren. Helaas is de
werkelijkheid vaak anders. Hoogbegaafden worden vaak lastig en druk
gevonden, niet onlogisch als je bedenkt dat ze zich wellicht vervelen
en niet echt worden uitgedaagd bij de zoveelste herhaling. Soms passen
hoogbegaafden zich zó aan bij de heersende norm dat ze gaan
onderpresteren en hun persoonlijkheidsontwikkeling gevaar loopt. Echt
leren leren ze niet op school waardoor ze later in het
vervolgonderwijs geheel kunnen vastlopen. Het probleem wordt nog
complexer als het intelligentieprofiel van het kind niet harmonisch
(evenwichtig verdeeld) is.
Individuele hulp
Helios biedt individuele hulp aan bij (hoog)begaafde leerlingen die
door hun intelligentieprofiel in de knoei komen. Om de hoogbegaafde
leerlingen (nog) beter te begeleiden, volgden Nelleke Dijkstra en Jan
van Zutphen de opleiding
tot "Specialist in the Gifted Education". Nelleke heeft deze inmiddels afgerond, Jan bijna. De
opleiding wordt gegeven aan het CBO (centrum voor
begaafdheidsonderzoek) van de Radboud universiteit in Nijmegen. De
laatste maanden hebben we veel geïnvesteerd in de aanschaf van nieuwe
materialen die geschikt zijn voor de begeleiding van hoogbegaafde
kinderen. Daaronder zijn diverse boeken (ook strips) in allerlei talen,
spelletjes en bouwmateriaal.
Plusgroep midden- en bovenbouw
basisonderwijs
Naast de individuele begeleiding van de
hoogbegaafde leerlingen zijn we
ook gestart met de Helios Plusgroep. Inmiddels hebben we ervaring met
meerdere groepen, en hebben we ook al een vervolggroep gehad. Voor de
Plusgroep kunnen kinderen aangemeld worden die behoefte hebben aan
uitdaging en uitzien naar contact met ontwikkelingsgelijken.
De bijeenkomsten van de Plusgroep duren 2 uur, en vinden eens per 14
dagen plaats. De twee begeleiders zullen de kinderen zoveel mogelijk
aanspreken op hun manier van probleemoplossend denken, samenwerken en
gestructureerd en planmatig werken. De theorie van Robert Sternberg
ligt ten grondslag aan de opzet van de Plusgroep. Hij onderscheidt drie
vormen van intelligentie: de analytische, de creatieve en de praktische
intelligentie. Tijdens de bijeenkomsten wordt getracht de leerlingen
zich bewust te worden waar analytisch, waar praktisch en waar creatief
denken gebruikt wordt. Zo langzamerhand zullen kinderen er achter komen
wat hun eigen sterke kant is, welke kant wat minder ontwikkeld is en
welke intelligenties ze nodig hebben om de opdracht tot een goed einde
te brengen.
De onderwerpen die tijdens de sessies aan bod
komen zullen zeer divers
zijn. Het sociale aspect binnen de groep is zeer belangrijk. Kinderen
zullen de gelegenheid krijgen om in groepjes of zelfstandig te werken
aan een project. Hierbij wordt uitgegaan van de interesse van de
kinderen. Het leer- en denkproces van de individuele leerling
maar ook van de hele groep is erg belangrijk. De kinderen leren om
kritisch te kijken naar hun eigen werk en het werk van hun
groepsgenoten.
Hiernaast worden er ook op verschillende scholen
en voor verschillende
schoolbesturen plusgroepen georganiseerd. De leerlingen kunnen deze
plusgroepen volgen op hun eigen school.
Plusgroep
onderbouw basisonderwijs
Net
zoals de andere plusgroepen heeft de plusgroep voor de onderbouw van
het basisonderwijs (groep 1 t/m 3 of 4) de volgende primaire
doelstellingen:
- het welbevinden van kinderen vergroten (door
o.a. passende uitdaging te bieden en omgang met ontwikkelingsgelijken)
- kinderen inzicht geven in hun capaciteiten, hun
sterke en minder sterke kanten
- kinderen leren samenwerken
Ook
deze plusgroep heeft zijn basis in de theorie van Robert Sternberg. Bij
de plusgroep voor de onderbouw worden echter activiteiten aangeboden
die meer aansluiten bij de jongere leerlingen. Er wordt voornamelijk
ingespeeld op andere activiteiten dan die op school aangeboden worden.
Er wordt niet zozeer aandacht besteed aan het leren lezen, rekenen en
schrijven, maar er wordt meer gekeken naar probleemoplossend vermogen
en creativiteit. Tijdens de opdrachten staat de manier van aanpak en de
manier van samenwerking van een kind centraal.
De training bestaat uit 10 bijeenkomsten van ieder anderhalf uur. Er
kunnen maximaal 8 kinderen per training deelnemen.
Oudercursus omgaan met je onderpresterende kind
De
cursus is bedoeld voor ouders van leerlingen in het voortgezet
onderwijs, waarvan de schoolresultaten niet in overeenstemming zijn met
de capaciteiten van het kind. Het is vooral een praktische cursus,
waarin ouders handvatten krijgen aangereikt die hen helpen hun kind
weer op het juiste spoor te krijgen.
Het boek Bright minds, poor grades van Michael Whitley ligt ten
grondslag aan de cursus.
Enkele van de punten die aan de orde komen zijn:
- de verschillende typen onderpresteerders
- waarden en normen of: hoe kom je als ouders
op één lijn?
- coachingsvaardigheden of: luisteren naar je kind
- do's en don'ts
De serie bestaat uit een intakegesprek, gevolgd door 10 bijeenkomsten één keer per 14 dagen. Deze zullen telkens 2 uur duren.
Sociale vaardigheidstraining voor
hoogbegaafde
kinderen
Helios biedt voor hoogbegaafde kinderen ook hulp in de vorm van sociale
vaardigheidstraining. Deze training is gebaseerd op de cognitieve
gedragtherapie (CGT). De kinderen leren tijdens deze training om hun
sterk ontwikkelde kant beter in te zetten, om o.a. beter met hun
omgeving om te kunnen gaan. Voor meer informatie omtrent
hoogbegaafdheid kunt u telefonisch of per e-mail contact met ons
opnemen, een intakegesprek is gratis en geheel vrijblijvend!
Groepstraining
voor onderpresterende hoogbegaafde middelbare scholieren
Vaak komen hoogbegaafde middelbare scholieren niet tot prestaties die
passen bij hun capaciteiten, hun verwachtingen en die van de omgeving.
Er kunnen diverse oorzaken zijn: perfectionisme, irreëel zelfbeeld,
irreële verwachtingen, gebrek aan structurerende vaardigheden en/of
motivatie, nog niet ontdekte leerstoornissen als dyslexie etc. Het
verschil tussen prestatie en verwachting levert spanningen op die de
scholier en zijn/haar omgeving in een neerwaartse spiraal kunnen
brengen.
Deelnemers krijgen een intake (samen met hun ouders) waarin de
motivatie om de training te volgen besproken wordt. De training bestaat
uit 8 bijeenkomsten van 2 uur en 2 individuele gesprekken met deelnemer
en ouder(s). In de gesprekken wordt de motivatie om te veranderen en
het vasthouden van gewenst gedrag besproken.
Iedere bijeenkomst wordt een stukje behandeld uit de theorie van Sean
Covey (Zeven eigenschappen die jou succesvol maken!). De eigenschappen die de revue passeren zijn met name gericht op
persoonlijke effectiviteit. Ook perfectionisme, de mogelijke gevolgen
ervan en de attributietheorie worden behandeld. Wat motiveert je? Wat
is je zelfbeeld? Wat zijn je verwachtingen? Wat houdt je tegen? Hoe kun
je ongewenst gedrag vervangen door gewenst gedrag?
Per bijeenkomst wordt een opdracht gegeven om de theorie op een
luchtige manier praktisch te maken, die door de deelnemers in groepjes
wordt uitgevoerd. Verder krijgen de deelnemers (verplichte)
huiswerkopdrachten om het geleerde in de praktijk te brengen.